Nederland heeft een rijke geschiedenis in het Paralympische tafeltennis. In totaal werden door de jaren heen maar liefst 42 medailles gewonnen: vijftien keer goud, tien keer zilver en zeventien keer brons. Het meest succesvol waren de Paralympische Spelen van 1980. In Arnhem verzamelde de Nederlandse tafeltennisploeg elf medailles. Irene Schmidt won twee van de vier gouden medailles. Niet alleen was zij in het vrouwenenkelspel klasse 4 de sterkste, ook won zij het vrouwendubbelspel samen met Gerda Becker.
Naast de vier gouden medailles was er in Arnhem ook vier keer zilver en drie keer brons voor de Nederlandse ploeg. De elf medailles zijn in de Nederlandse Paralympische tafeltennisgeschiedenis een record. Op de tweede plaats staan de Spelen van Heidelberg. In 1972 was de oogst zes keer eremetaal: twee keer goud en vier keer brons.
In 1992 in Barcelona werden drie medailles veroverd (één keer goud en twee keer brons), vier jaar later in Atlanta alleen twee keer brons, terwijl Sydney slechts één tafeltennismedaille opleverde. Alleen het vrouwenteam in de klasse één tot en met drie nam brons mee terug naar Nederland. In Athene kwam de Nederlandse ploeg ook met een tafeltennismedaille terug, maar dat was wel een gouden. Gerben Last en Tonnie Heijnen waren in Athene het beste herendubbel.
In Beijing sleepten Nico Blok en Kelly van Zon elk een bronzen medaille in de wacht.